Reactie hoofdbestuur BFVW op artikel Joop Jukema

Leeuwarden, 07-01-2010

Op het artikel van J. Jukema zijn reeds een aantal reacties binnen gekomen. Deze reacties zijn na te lezen door onderaan deze pagina op de betreffende links te klikken.

Daarnaast geeeft het hoofdbestuur ook een officiele reactie op het artikel van J. Jukema ‘Verstoring territorium van de kievit en wat zijn de gevolgen’. Deze is hieronder te lezen.

Reactie van het hoofdbestuur van de BFVW op het artikel van Joop Jukema ‘Verstoring territorium van de kievit en wat zijn de gevolgen’

Enige tijd geleden publiceerde de heer Jukema een artikel omtrent de in zijn ogen betere overlevingskansen van kievitenkuikens uit de eerste eieren dan uit latere legsels omdat de eerste eieren groter zijn. Het hoofdbestuur kwam tot de volgende conclusie: onjuiste redeneringen en getuigenissen, een versimpeling van de werkelijkheid en daarom niet zorgvuldig.
Saillant gegeven daarbij is dat de discussie over overlevingskansen van kuikens en de samenhang met eigrootte als gedingstuk ook onderdeel is geweest van de procedure bij de laatste zitting van de Raad van State over het aaisykjen. Dit gedingstuk werd door De Faunabescherming ingediend en was afkomstig van een medewerker van de universiteit van Groningen (Centre for Ecological and Evolutionary Studies)! Bij ingewijden is het bekend dat de heer Jukema goede connecties heeft met dit instituut dankzij het wilsterflappen. Hij wordt daar alom gewaardeerd.
De zienswijzen van de heer Jukema zijn door De Faunabescherming ook ingebracht ten behoeve van andere zittingen. Jukema verwijst af en toe naar evolutionaire processen. Misschien is dit niet toevallig.

Sinds kort gaan de inzichten van Jukema over verstoring van het territorium van de kievit door de aaisiker. En wederom wordt in de slotzin van zijn artikel verwezen naar evolutionaire processen. De redenering daarbij is overigens niet echt helder en daarom niet of nauwelijks te begrijpen.
In onze gemaakte natuur worden we bijna iedere dag geconfronteerd met verstoring, ook in het vroege voorjaar. Dat gebeurt nu eenmaal als men werkt, hobby’s heeft in het vrije veld of daar leeft in een dichtbevolkt en klein land. Boeren (agrarische werkzaamheden), aaisikers, dierlijke predatoren, vissers, vogelringers (vogelvangers), waaronder ook wilsterflappers (tot 1978 werden wilsters ook gevangen voor consumptie), vogelspotters, jagers, ganzen, weidevogelbeschermers, medewerkers van natuurbeschermingsorganisaties en vele anderen. De heer Jukema beperkt zich daarbij alleen tot de aaisiker. Dat is jammer want daardoor mist ook dit artikel de broodnodige nuance.

Jukema geeft aan dat door opzettelijke verstoring de vroegst gearriveerde broedvogels de optimale territoria kunnen verlaten. Hoe een optimaal territorium gedefinieerd moet worden, staat niet aangegeven. De keuze van een territorium wordt overigens door een groot aantal factoren bepaald.
Betrokkene verwijst naar experimentele onderzoeken waarbij de effecten van verstoring (bijvoorbeeld autowegen) zijn onderzocht. Uit onderzoek van der Zande (1980) werd geconstateerd dat de grutto maar ook de kievit over een lange afstand werden beïnvloed door een verstoring die varieerde van 200 – 2000 m!
Naar het oordeel van het hoofdbestuur zijn dit dermate grote afstanden dat ernstig getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid er van. De praktijk leert anders.
Met betrekking tot de verstoring wordt ook opgemerkt dat daardoor kieviten niet in staat worden geacht een goede en vrije nestplaatskeuze te maken. Jukema citeert als volgt: “Nesten die een noodzakelijke aanpassing missen, worden geëlimineerd en laten geen nakomelingen na, terwijl diegene volkomen aangepast door natuurlijke selectie, zich in stand zullen houden” (Van der Zande et al, 1980).
Deze verwijzing naar evolutionaire processen (o.a. natuurlijke selectie) is dermate vaag dat nauwelijks valt te bevatten wat hiermee wordt bedoeld.
Daarbij zij nog opgemerkt dat (deels) theoretische beschouwingen regelmatig strijd hebben met de feitelijke (praktische) werkelijkheid van iedere dag.
Daar is ook het spanningsveld tussen de kennis van de echte en praktische fjildman en die van de wetenschapper, waarbij moet worden opgemerkt dat in de wetenschap bijkans alles geoorloofd is en dat redeneringen door menigeen vaak kritiekloos voor waarheid wordt aangenomen.
En wat te zeggen van verstoring van kuikens. Dit treedt ook op indien de eerste legsels van de kievit blijven liggen en er daardoor mogelijk kuikens zijn tijdens de legselgerichte bescherming van alle andere weidevogels. Predatie is dan gauw geschied. Liever een meegenomen ei dan een dood kuiken. Synchronisatie van de eileg van verschillende weidevogels heeft vele voordelen.
Waar in het artikel niet over wordt gerept is het substantiële aanpassingsvermogen van de kievit. De kievit is een cultuurvolger en blijft trouw in de terreinkeuze. Wellicht is dit ook evolutionair bepaald.
Een kievit laat zich niet zo maar wegsturen en daar is geen wetenschappelijk onderzoek voor nodig.

Het hoofdbestuur van de BFVW

 


Bron: Bondsbureau BFVW



Gerelateerde documenten :