Graanrepubliek van Fryslân
Akkervogels en Friesland is niet meteen een voor de hand liggende combinatie omdat de mooiste provincie van Nederland toch vooral als weidevogelbolwerk bekend staat. Maar wie zijn blik naar het noorden richt, zal toch zien dat akkerbouw deel uitmaakt van het Friese bouwplan. De grond dicht bij de zeekust leent zich prima voor de teelt van granen, aardappelen of hakvruchten. De wereldberoemde Bildtstar komt per slot van rekening uit Het Bildt.
De BFVW heeft in januari 2009 het initiatief genomen om enkele enthousiaste vogelwachters te benaderen met de vraag om zitting te nemen in een nieuw op te richten akkervogelwerkgroep. Daar de reacties positief waren en de Provincie Fryslân hier ook positief op reageerde, is op 24 november 2009 te Wirdum een eerste gesprek gevoerd met vogelwachters, Provincie Fryslân, BoerenNatuur en de Werkgroep Grauwe Kiekendief.
Werkgroep Grauwe Kiekendief
De Werkgroep Grauwe Kiekendief schoof aan omdat zij in Groningen, Drenthe en Flevoland al veel ervaring heeft opgedaan met agrarisch natuurbeheer in akkergebieden. De Werkgroep Grauwe Kiekendief, die zich in eerste instantie richtte op soortbescherming van de grauwe kiekendief in Groningen en Flevoland, leerde dat soortbescherming alleen zin heeft als ook het leefgebied van de
grauwe kiekendief beschermd wordt. Met natuurbraak en akkerranden werd een grote stap gezet naar biotoopverbetering in grootschalig akkergebied. In Oost Groningen ging de grauwe kiekendief van 4 naar 40 paar in een tijdsbestek van ongeveer 20 jaar. En niet alleen de grauwe kiekendief liet een opmerkelijk herstel zien, ook de veldleeuwerik en de gele kwikstaart profiteerden en namen in het Groningse akkergebied toe.
Provincie Fryslân
Per 1 januari 2010 is er een nieuw subsidiestelsel voor natuur- en landschapsbeheer (SNL) van start gegaan. Deze nieuwe regeling gaat meer uit van gebiedsbescherming dan soortbescherming zoals in de oude regelingen wel het geval was. De Provincie heeft de Werkgroep Grauwe Kiekendief gevraagd advies uit te brengen over de aan te wijzen kerngebieden. Deze kerngebieden zijn het meest geschikt om maatregelen zoals akkerranden toe te passen. In de winter van 2009/2010 is een eerste ecologische scan gemaakt van het Friese akkerkleigebied langs de kust en in het voorjaar van 2010 heeft een nulmeting van broedvogels in dit zelfde gebied plaatsgevonden.
BoerenNatuur
In het najaar van 2010 zullen alle gegevens van de nulmeting en van de ecologische scan bij elkaar worden gelegd en zal de Provincie bepalen waar de kerngebieden zullen komen. Akkerbouwers die hun bouwgrond in deze kerngebieden hebben liggen, zullen benaderd worden met het verzoek om een deel van hun akker als rand in te zaaien. Hiervoor worden zij dus vergoed uit de nieuwe SNL-regeling.
BoerenNatuur is gevraagd dit in goede banen te leiden.Het aanvragen van akkerranden of andere
natuurmaatregelen door boeren kan in sommige gevallen alleen in collectief verband, vandaar dat in Nederland agrarische natuurverenigingen zijn opgericht. BoerenNatuur begeleidt onder andere beginnende agrarische natuurverenigingen. Enkele bekende verenigingen zijn ANOG in Oost Groningen, Wierde en Dijk in Noord Groningen en Rivierduinen in Flevoland.
Winter 2009/2010
In de winter van 2009/2010 heeft de Werkgroep Grauwe Kiekendief onderzoek gedaan naar de akkerbouwgebieden langs de Friese Waddenkust. Er vond een scan plaats van het landschap waarbij
kenmerkende landschapselementen en het akkerbouwplan een prominente rol speelden.
Het landschap werd aan een aantal criteria onderworpen: mate van openheid, aanwezigheid van kleine landschapselementen zoals solitaire struiken, rietsloten, overhoekjes, voor Friesland kenmerkende bietenoverslagplaatsen, extensieve slaperdijken, onverharde of schaars gebruikte landwegen met brede extensieve bermen en de perceelgrootte. Verstorende landschapselementen zoals windmolens, glastuinbouw of intensieve veehouderij hebben geleid tot een lager kwalificatie van het akkerlandschap. Uiteindelijk is een kaart gepresenteerd met daarop gebiedskwalificaties die van
slecht, matig, matig-goed, goed en zeer goed uiteen liepen.
Voorjaar 2010
In het voorjaar van 2010 heeft een eerste nulmeting van broedvogels plaatsgevonden. Dit had als doel om de gegevens die uit de ecologische scan naar voren zijn gekomen met harde cijfers verder te
onderbouwen. De methode die hiervoor gebruikt werd, is de Punttelmethode. De Werkgroep
Grauwe Kiekendief heeft mede aan de wieg gestaan van deze methode waarmee het mogelijk is om grote uitgestrekte gebieden in een relatief kort tijdbestek en met weinig mensen op het voorkomen van
broedvogels te onderzoeken.
Puntellmethode
Voor het inventariseren van de akkervogels is gebruik gemaakt van de Punttelmethode. Ook wel bekend als MAS-methode (Meetnet Agrarische Soorten). Deze methode geeft de mogelijkheid
om redelijk snel en met weinig tellers een groot gebied te karteren. Het is een minder intensieve methode dan de BMP-methode (Broedvogel Monitoring Project). Die is meer geschikt om kleine,
minder overzichtelijke oppervlaktes nauwkeurig in kaart te brengen en ook om gegevens van moeilijk te inventariseren en gespecialiseerde vogelsoorten te verkrijgen. In grote lijnen kan gesteld worden dat de BMP-methode kwalitatief hoge gegevens oplevert en de MAS-methode kwantitatieve gegevens oplevert.
Om te beginnen wordt er kaartmateriaal vervaardigd met daarop at random de telpunten. Voor deze willekeur is gekozen,zodat niet alleen de goede maar ook de slechte delen van het gebied geteld
worden. De verleiding is immers groot om alleen in vogelrijke gebieden een telling te houden en dan tot de conclusie te komen dat het allemaal best goed gaat met onze vogels.Er wordt geteld tijdens drie voorjaarsbezoeken vanaf half april tot begin juli, te beginnen rond zonsopgang tot vijf uur daarna. Tussen de bezoeken zitten minimaal 21 dagen. Een inventariseerder heeft gemiddeld 20 punten onder zijn/haar hoede, maar ervaren tellers kunnen 100 tot 120 punten aan.De route waarlangs de telpunten worden geteld is per bezoekronde anders, zodat de punten steeds op een ander tijdstip in
de ochtend aan bod komen.
Bij het telpunt aangekomen, wordt er in exact vijf minuten geteld wat er binnen een straal van 300 meter aan broedvogels aanwezig is. Aan de hand van geluid- en zichtwaarnemingen bepaalt de
inventariseerder wat de status is van de waargenomen vogelsoort. De vogel wordt op het telformulier ingetekend en door middel van zes broedcodes – variërend van individu tot nestvondst met jongen -
wordt de status van de vogel genoteerd.
Overvliegende vogels worden niet opgeschreven, zoals een hoog overtrekkende groep brandganzen.
Maar boerenzwaluwen die boven de akkers foerageren waar het telpunt ligt, kunnen daarentegen wel genoteerd worden omdat ze een duidelijke binding met het telpunt hebben.
Onderzoeksgebied
De akkerbouwgebieden op de Friese kleigrond, van de Kollumerwaard tot en met Polder Pingjum en van de kwelders tot de snelweg Franeker-Harlingen, is op broedvogels onderzocht. De 108 telpunten
die in deze gebieden willekeurig zijn gezet beslaan een oppervlakte van meer dan 3000 hectare. Van alle punten liggen er 89 binnendijks, de overige 19 telpunten liggen buitendijks in de zomerpolders en
op de kwelders.
Bezoek akkergebieden
Het is uiteraard van groot belang om voor de tellingen de betreffende boer van het te tellen perceel op de hoogte te stellen. De Werkgroep Grauwe Kiekendief heeft met flyers boeren op de hoogte gesteld.
De flyers werden aan akkerbouwers in het veld overhandigd of in de brievenbus gedaan van de dichtstbijzijnde boerderij.
Tot grote tevredenheid werd in Friesland alle medewerking verleend. Het is van cruciaal belang dat landbouwers op de hoogte zijn van de vogeltellingen op hun akkers. Het succes in Groningenen Flevoland is mede te danken aan de goede relatie tussen natuurbeschermers en boeren. Wij hopen in de loop van 2011 nader verslag te kunnen doen van onze bevindingen.
Meedoen?
De Werkgroep Grauwe Kiekendief zoekt nog vrijwilligers die graag in het veld zijn en het leuk vinden om een bijdrage te leveren aan de bescherming van akkervogels in Friesland. Opgeven kan via:
werkgroep@grauwekiekendief.nl
Druk op onderstaande link om het verslag dat in Vanellus stond te downloaden.
Gerelateerde documenten :
