Over BFVW

Werkgroep zwaluwen

In 2011 heeft de commissie Broedzorg nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de boerenzwaluw. In het kader van ‘Het jaar van de boerenzwaluw’ is getracht iedere vogelwacht deel te laten nemen aan een telling en het ophangen van nestplankjes en kommetjes. Vele vogelwachten hebben hier gehoor aan gegeven.

Voor de boerenzwaluw ondersteunt en coördineert de commissie Broedzorg het tellen van nesten op veelal boerenbedrijven, ondersteuning bij het verschaffen van broedgelegenheden en biotoopbeschermende maatregelen. De commissie ondersteunt dit werk met publicaties van telresultaten, informatiemateriaal en de verkoop van kunstnesten en nestplankjes.

Voor meer informatie over de boerenzwaluw kunt u als particulier contact opnemen met de plaatselijke vogelwacht. Vogelwachten kunnen voor allerlei informatie en adviezen contact opnemen met de commissie Broedzorg (broedzorg@bfvw.nl). Voor nadere contactinformatie verwijzen wij u naar de contact pagina op deze website.

Over de boerenzwaluw

Kenmerken van de boerenzwaluw

De boerenzwaluw is het symbool van de zomer. Terwijl huiszwaluwen en gierzwaluwen hoog in de lucht vliegen, blijft deze zwaluw in zicht als hij over weiden en sloten scheert en zwenkt in zijn jacht op insecten. Behalve aan zijn lange, diep gevorkte staart is de boerenzwaluw gemakkelijk te herkennen aan zijn donker verenpak met metaalblauwe gloed, zijn roodbruine keel en voorhoofd en roomwitte buik. Bij de vrouwtjes en jongen zijn de staartpennen minder lang. De jongen zijn ook doffer van kleur. Het liedje is plezierig, tamelijk rustig gekwetter. De contact – roep is een herhaald ‘swiet – swiet – swiet’. Boerenzwaluwen die de barre tocht van 7000/8000 kilometer heen en weer terug hebben overleefd, keren jaar na jaar op dezelfde broedplaats terug (plaatstrouw). Het overwinteringgebied is zuidelijk Afrika en Botswana.

Bedreigde soort

Sinds de jaren ’60 is de zwaluwstand, ook in de ons omringende landen, enorm teruggelopen. Dit komt hoofdzakelijk door drastische veranderingen binnen de agrarische sector en deze negatieve ontwikkelingen zetten zich helaas nog steeds door. Afgedwongen hygiënische maatregelen zorgen ervoor dat de boerenzwaluw steeds vaker boerderijdeuren en –ramen hermetisch gesloten vindt. Door het vaak overmatig gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en het verdwijnen van bloem- en kruidenrijke graslanden zijn er steeds minder insecten. Bovendien is er steeds minder bouwmateriaal voor het nest voorhanden en verdwijnen modderpoeltjes en –slootjes rondom het (boeren)erf.

Nestelen en broeden

Toen mensen nog in grotten woonden, deden de boerenzwaluwen dat ook. Als alternatief nestelen ze nu binnen gebouwen, liefst waarin dieren worden gehouden. Het platteland is hun woongebeid waar ze, behalve in stallen en schuren van boerderijen, ook in de dorpen broedgeldeenheid zoeken. Op beschutte, schemerdonkere plekjes in garages, carports en schuurtjes willen ze maar al te graag een nest bouwen, op voorwaarde dat ze altijd vrij in en uit kunnen vliegen. Ze zijn dus afhankelijk van de gastvrijheid van boeren en buitenlui. Ze gebruiken graag oneffenheden, of uitstekende voorwerpen als hechtingsplaats om het nest tegenaan te bouwen.

Als volleerde metselaars bouwen het mannetje en vrouwtje samen het komvormige nest van wel 2000 piepkleine kluitjes modder. Die plakken ze met speeksel laagje voor laagje aan elkaar. Voor de stevigheid wordt de specie met grasjes, strootjes en zelfs paardenhaar doorweven. Het vrouwtje bekleedt de binnenkant met veertjes. Boerenzwaluwen broeden solitair of in relatief kleine kolonies.

Het vrouwtje legt vier tot vijf witte eitjes met roestbruine vlekjes. De broedtijd duurt 14 tot 16 dagen en het vrouwtje broedt het grootste deel van deze broedtijd. Als de jongen uit het ei kruipen zijn de kuikens blind en bloot roze en wegen slechts 1,5 gram. 15 a 16 dagen later, wegen de jongen al 23 gram. Om een jonge boerenzwaluw na 3 weken uit te laten vliegen zijn 150.000 insecten nodig. Daarna blijven de ouders nog een week de jongen voeren. Hierna volgen
nog een tweede, derde en soms zelfs een vierde broedsel.

Overlast?

Soms kan de boerenzwaluw wat overlast geven, doordat uitwerpselen op de auto’s, machines of in de bijgebouwen terechtkomen en daar vastkoeken. De overlast kan worden beperkt door: een plank onder het nest aan te brengen, auto’s en machines af te dekken, onder nest zand strooien, om na het uitvliegen gemakkelijk te kunnen verwijderen of op plaatsen waar geen nest is gewenst, de plaats glad maken en verven.

Tips voor behoud van de soort

  • Verbeteren van de aanvliegmogelijkheden, er mogen geen bomen o.i.d. in de weg staan;
  • Toegankelijk maken, door de deuren of een raampje open te laten staan;
  • Zorgenvoor nestmateriaal, een klei, of leemachtig nat plekje maken;
  • Een uitsteeksel tegen een balk maken d.m.v. een paar spijkers, latje of plankje van 10x15 cm;
  • De nestplaats moet zo donker mogelijk zijn, de vogels moeten naar het licht toekijken;
  • Half open nestkasten plaatsen onder bruggen e.d.;
  • Wanneer er geen natuurlijke nestmaterialen aanwezig zijn, kunt u gebruik maken boerenzwaluw kunststof nestkom.
Meer informatie:
Deel deze pagina

Word lid van een vogelwacht in de buurt

lid worden