Reactie hoofdbestuur BFVW op verbod aaisykjen It Fryske Gea

Leeuwarden, 01-02-2010

It Fryske Gea
T.a.v. het dagelijks bestuur
Postbus 3
9244 ZN Beetsterzwaag

 

Earnewâld, 21 januari 2010

Betreft: verbod aaisykjen IFG terreinen

Geacht bestuur,

Het Hoofdbestuur van de BFVW heeft met teleurstelling en verbazing kennis genomen van uw besluit de resterende gebieden van It Fryske Gea per 1 januari 2010 te sluiten voor it aaisykjen. Deze teleurstelling is gebaseerd op de gebruikte argumentatie en de verbazing komt door de gebrekkige communicatie van uw kant, ook met uw belangrijke subsidiegever.

Ten eerste de argumentatie. Wij delen uw zorg over de toestand van de weidevogels in Fryslân. Zoals u weet, liggen hier diverse oorzaken aan ten grondslag. Met uw besluit suggereert u dat het aaisykjen hierop van invloed zou zijn. Van enige wetenschappelijke onderbouwing is echter geen sprake, zeker niet omdat aaisykjen onlosmakelijk is verbonden met nazorg. Bovendien doet uw benadering geen recht aan de complexiteit van deze materie- de nuance is zoek. Mogelijk andere effecten zoals weersinvloeden, de mate van predatie, het tijdstip van werkzaamheden in het veld, voedselaanbod, verandering van biotoop (verruiging) en waterpeil worden in zijn geheel buiten beschouwing gelaten.

De periode van it aaisykjen is door allerlei wettelijke maatregelen de facto beperkt tot 7 à 10 dagen waarbij het maximaal aantal mee te nemen kievitseieren 6431 bedraagt. Ondanks deze korte periode en het beperkt aantal mee te nemen kievitseieren wilt u uw besluit motiveren door de rust in het veld te waarborgen. Dat roept enige vraagtekens op: boeren, loonwerkers, aaisikers, nazorgers, vissers, wiltsterflappers, onderzoekers, vogelspotters, recreanten (wandelen/fietsen/varen/honden uitlaten), jagers, mollenvangers, vogelringers, muskusrattenvangers, rietsnijders, schaatsers, kooikers en medewerkers van natuurbeschermingsorganisaties zorgen allemaal voor de nodige verstoring in het landschap. Ons ontgaat de logica om vervolgens alleen de aaisikers gedurende circa 7 dagen uit te sluiten.

Het is de vraag welk effect dit verbod heeft. Door de aard van uw gebieden komen in een deel daarvan de kieviten pas later aan de leg. Er worden slechts weinig eieren gelegd in de aaisykperiode. De gebieden blijven wel te allen tijde toegankelijk voor de echte predatoren. Welke acties onderneemt U om daar iets aan te doen?

De terreinen van andere natuurbeschermingsorganisaties, uw eigen Natura 2000 gebieden en vrijwel alle andere gronden buiten Fryslân geven ondanks het verbod geen ander beeld van de neerwaartse ontwikkeling van de weidevogelpopulatie. U geeft in de Leeuwarder Courant aan dat er geen significant effect op het aantal weidevogels is van drie jaar niet aaisykjen in uw Natura 2000 gebieden. Welk effect is dan van dit besluit te verwachten? De conclusie kan dan alleen maar zijn dat u een ethisch standpunt hebt ingenomen tegen het aaisykjen, dat niet is gebaseerd op wetenschappelijke argumenten. Dat de betreffende gebieden onderdeel van de kraamkamer van de weidevogels zouden zijn is een gotspe die wordt gelogenstraft door de feiten en doet geen recht aan de ethologie van de weidevogels. De wens lijkt hier de vader van de gedachte.

Dan de communicatie.Uw besluit bruuskeert het provinciale beleid (zoals o.a. is verwoord in het Werkplan weidevogels in Fryslân 2007-2013) dienaangaande. Het HB verbaast zich erover dat over zo`n principieel standpunt de argumenten niet eerst zijn gewisseld met het provinciaal bestuur en de BFVW. Er is slechts de mededeling geweest dat een persbericht de deur uitging. En dat terwijl er zoveel mogelijkheden zijn geweest om dit besluit aan te kaarten. Zo is er op 6 juli een bestuurlijk overleg geweest tussen vertegenwoordigers van beide organisaties. Tijdens dit gesprek is discussie geweest over it aaisykjen. Van een mogelijk verbod was geen sprake. Op 9 november is vervolgens gesproken met uw directie over de relatie tussen onze beide organisaties, maar geen woord is gezegd over deze materie. Tot slot is er een informeel overleg geweest met vertegenwoordigers van uw organisaties op 30 november 2009. Ook hier is met geen woord gerept over een mogelijk verbod.

Het aaisyk-beleid, dat onder de inspirerende leiding van mevrouw Anita Andriesen is verdiept, wordt door uw besluitvorming ondermijnd. IFG zwicht hiermee voor de druk van randstedelijke organisaties en geeft een signaal af naar de Faunabescherming door te gaan met juridische procedures. U hebt ondanks uw Friese achtergrond en traditie (‘It Fryske Gea beschermt natuur en cultureel erfgoed in Fryslân’) de volgende stap gezet op het pad van afbrokkeling voor het noodzakelijke draagvlak voor het natuurbeleid, zelfs in Fryslân. Het argument van IFG dat it aaisykjen een uitstervende gewoonte is, wordt niet door de feitelijke omstandigheden bevestigd. Het aantal jeugdactiviteiten binnen de BFVW is aanzienlijk en neemt toe.

It Haadbestjoer fan de BFVW is troch boppesteande feiten fan betinken dat jimme ús en Fryslân in strieminne streek levere hawwe. Mar wy binne altiten ree om it ien en oar mei jim te bepraten oer hoe `t no fierder moat.

Út namme fan it HB fan it Bûn,


Geart Benedictus
Foarsitter

ôfskrift nei: -Provinsje Fryslân, deputearre Konst
                  -lokale wachten
 


Bron: Bondsbureau BFVW