Waterral
Waterral
Frysk: Wetterhintsje
Engels: Water rail
Duits: Wasserralle
Rallus aquaticus
Uiterlijk: Schuwe moerasvogel met bruingevlekte bovendelen, donkerbruine kruin en nek. Grijze kop, hals en buik, flanken grijs/zwart gebandeerd. Roomwit kontje dat opvalt als de vogel bij alarmering de staart zenuwachtig opwipt. Rode ogen en rode, middellange, licht naar onder gebogen snavel. Poten bruinroze met lange tenen. Lijkt qua postuur op de bekendere waterhoen (reidhintsje), maar heeft ander verenkleed en is kleiner.
Grootte: 22 tot 28 cm.
Habitat: De waterral leeft in moerassen (al dan niet met open water) en in rietkragen langs meren en rivieren.
Voorkomen: In Nederland sinds 1990 toenemend, lijkt zich nu te stabiliseren rond de 3000 broedparen. Nederlandse vogels trekken deels in de winter naar het zuiden (altijd in de nacht), deels blijven ze in ons land. Vanuit Oost-Europa wordt de populatie dan aangevuld met waterrallen die hier komen overwinteren. Vogel wordt niet vaak gezien. Alleen als er ijs ligt komen ze nog wel eens uit het riet tevoorschijn en zoeken dan ook wakken op. Grootste kans om een waterral te spotten is vanuit een vogelkijkhut gelegen aan het water in een rietkraag.
Nest: Het nest wordt gebouwd in riet dat dicht opeen staat, vlak boven het water. Van oude rietstengels en andere plantendelen wordt een slordige kom gebouwd. Het nest wordt gecamoufleerd met rietstengels die omlaag worden getrokken.
Voortplanting: Eén tot twee legsels tussen eind maart en eind juli. Tussen vijf en twaalf vaalwitte eieren die door beide ouders worden bebroed. Broedtijd rond de drie weken. Kuikens zijn nestvlieders (verlaten direct het nest) en worden na uitkomst nog een week of drie à vier verzorgd door de ouders en zijn pas na ruim zeven weken vliegvlug.
Geluid: De waterral is vaker te horen dan te zien, vooral het ‘gillen als een speenvarken’ is een duidelijk teken dat de vogel in de buurt is. Het is lastig aan de hand van dit gegil de exacte locatie van de vogel te bepalen, door weerkaatsing op het water en draaien van de kop. Verder als alarmroep ook een kort ‘kiep-kiep’. Exemplaren die tijdens de trek overvliegen, communiceren door middel van een ‘truuuuuiiee’- achtig geluid.
Voedsel: Alles wat langs de waterkant, tussen het riet te vinden is, wordt gegeten. Van garnaaltjes en zaden tot kikkers en wortels, ook kuikens en kleinere vogels.
Familie: Rallen, koeten en waterhoentjes (Rallidae).