Goudplevier
Goudplevier
Frysk: Wilster
Engels: Eorpean golden plover
Duits: Goldregenpfeifer
Pluvialis apricaria
Uiterlijk: Middelgrote plevier, wat kleiner dan een kievit. Bovenzijde goudbruin gespikkeld. Onderzijde van vleugels licht gekleurd. In de zomer met zwart gezicht, keel, borst en buik met daaromheen een witte band. In de winter verdwijnt het zwart en wordt de onderzijde beige tot wit. Groepen in vlucht zijn van afstand herkenbaar aan een wisselend wit/donker beeld, afhankelijk van of de rug- of buikzijde naar de kijker toe gekeerd is. Korte, stevige, donkere snavel en opvallend groot oog. Lijkt op de iets grotere zilverplevier, maar die heeft een zilvergrijs gespikkelde bovenzijde en zwarte oksels die in vlucht duidelijk zichtbaar zijn. In tegenstelling tot de kievit heeft de goudplevier puntige vleugels.
Grootte: 26 tot 29 cm, spanwijdte ca. 70 cm.
Habitat: Broedt op hoogvenen, toendra en heidevelden. Overwintert vooral op weides, akkers en wad.
Voorkomen: Voor 1930 broedde de goudplevier in kleine aantallen in Nederland. Sinds 1937 is er nog één nest gevonden, in 1974. Broedt in Engeland, Scandinavië, de Baltische Staten, Rusland en IJsland. Kleine aantallen ook nog in Duitsland. Goudplevieren trekken vanaf augustus vanuit hun broedgebieden naar de Benelux, Engeland en Duitsland en soms door tot in Noord-Afrika. In de winter trekken ze bij ons met de vorstgrens op en neer. Worden dan vaak gezien tussen groepen kieviten op het wad en op landbouwgronden in Fryslân en Noord-Holland, zoals op Texel.
Nest: Een kuiltje in de grond, bekleed met wat plantenmateriaal.
Voortplanting: Mannetjes voeren vanaf maart of april (afhankelijk van hoe noordelijk ze zich vestigen) baltsvluchten uit waarbij ze hoog in de lucht in cirkels met trage vleugelslag hun territorium afbakenen. Vrouwtje legt 4 eieren die sterk lijken op kievitseieren. Geen vervolglegsels. Het broeden duurt een dag of 30. Jongen verlaten direct het nest en zijn na circa vier weken vliegvlug.
Geluid: Een fluitend dluuu, bij opwinding tluu-ie. Van oudsher gebruiken ‘wilsterflappers’ (vangers van goudplevieren met een net) fluitjes om de goudplevieren te verlokken tot landen op de gekozen plaats. Tegenwoordig wordt dit ‘wilsterflappen’ nog gedaan voor wetenschappelijk onderzoek.
Voedsel: Wormen, insecten en hun larven, slakken en schelpdiertjes. Is een zichtjager en zoekt zijn eten op de typische plevierenmanier: rennen, stilstaan, pikken, rennen.
Familie: Kieviten en plevieren (charadriidae)
Meer informatie over goudplevier en wilsterflappen is hier en hier te vinden.
Tekst: Inge van der Zee, foto's: Herman Postma en Wiebe Palstra