Koekoek

Frysk: Koekoek
Engels: Cuckoo
Duits: Kuckuck
Cuculus canorus

 

Uiterlijk: Slanke vogel met puntige vleugels en lange staart. Mannetje heeft egaal grijze kop, rug en borst. Buik is wit met zwarte streepjes, scheiding tussen borst en buik is scherp. Gele poten, ogen en snavelbasis. Rest van de snavel is grijs en de snavel is licht gebogen. Staart is donkergrijs met wit strepenpatroon, aan het eind een wit randje. Vrouwtjes zijn er in twee varianten, de ene lijkt sterk op het mannetje, maar heeft een bruinig gebandeerde borst. De andere variant is zeldzamer, deze vorm heeft een roestbruine rug en borst, ook snavelbasis en ogen zijn lichtbruin. Verder bruin gebandeerde staart en vleugels. Juveniel is te herkennen aan witte vlek in de nek en donkere strepen en bruinige vlekken over hele verenkleed. Mannetje en grijze vrouwtje doen op eerste gezicht denken aan een sperwer, bruine vrouwtje aan torenvalk.

Grootte: 32-33 cm, spanwijdte 66 cm.

Habitat: Gevarieerde (half)open landschappen met voldoende zitplaatsen, van moerassen tot duinen en bossen.

Voorkomen: Verspreidingsgebied bestrijkt heel Europa met uitzondering van Ijsland en grote delen van Azie tot aan Japan toe. Overwinteringsgebied in centraal en zuid Afrika en zuidoost Azië. In West-Europa (inclusief Nederland) gaat de soort achteruit, waarschijnlijk door een afname van insecten en geschikte waardvogels.

Nest en voortplanting: De koekoek is polygaam en een zogenaamde broedparasiet, dit betekent dat ze haar eieren legt in nesten van andere vogels (waardvogel) die vervolgens het koekoeksjong grootbrengen. In mei zoekt de koekoek een nest van kleine karekiet, witte of gele kwikstaart, graspieper, rietzanger of ander soort uit, vervolgens schrikt ze de oudervogels af door haar gelijkenis met een sperwer. In hun afwezigheid verwijdert ze een ei van de waardvogel (dit eet ze vaak op) en legt haar eigen ervoor in de plaats. Het koekoeksei lijkt sprekend op het ei van de waardvogel (mimicry). Iedere koekoek is dan ook gespecialiseerd in een bepaalde soort waardvogel. Het ei van de koekoek ontwikkelt zich sneller dan dat van de waardsoort, al na 12 dagen komt het koekoeksjong uit het nest. Het kuiken verwijdert direct na uitkomen andere eitjes en kuikens door ze via de rug en met de vleugelstompjes naar de rand van de nestkom te werken en overboord te kieperen. Na een dag of 18 verlaat het koekoeksjong het nest, nog 2 tot 3 weken wordt het jong gevoerd door de pleegouders, die hiervoor soms op de rug moeten gaan zitten om bij de bek te kunnen komen. Een vrouw koekoek kan jaarlijks tot 10-25 eieren leggen in verschillende nesten. 

Geluid: Man roept zijn eigen naam (=onomatopee), vrouw heeft op roofvogels lijkende, hinnikende roep.

Voedsel: Vooral harige rupsen, aangevuld met andere grote insecten. 

Familie: Koekoeken (cuculidae)

Tekst: Inge van der Zee, foto: Auke Dotinga