Visdief

Visdief

Frysk: Wytstirns
Engels: Common tern
Duits: Flusseeschwalbe
Sterna hirundo

Uiterlijk: Deze kleine stern is de algemeenste stern van Nederland. De slanke, witte vogel heeft een zwarte pet die doorloopt tot in de nek. Rode poten en snavel, vaak met een zwarte punt. De puntige vleugeluiteinden zijn donkerder grijs, rest van vleugel grijs. De vogel heeft de voor sternen kenmerkende diep gevorkte staart. Lijkt veel op de zeldzamere noordse stern, maar heeft een langere hals, snavel en poten. Bij de noordse stern loopt het grijs vanuit de vleugels naar voren door tot op de wangen die bij visdief wit zijn. Juveniel is bruiner op de bovenkant van de vleugels.

Grootte: Circa 35 cm, spanwijdte ca. 75 cm.

Habitat: Grote voorkeur voor kustgebieden met schaarse begroeiing, maar ook in het binnenland bij grote rivieren, plasdrassen en in steden met voldoende water en grinddaken. Dakbroeders kunnen overlast veroozaken door agressief gedrag naar mensen.

Voorkomen: In de zomer (april-oktober) op bijna het hele noordelijk halfrond te vinden. Er zijn vier ondersoorten van de visdief, waarvan drie in Azië voorkomen. ’s Winters in de kustgebieden van het zuidelijk halfrond. Tot 1900 een veel voorkomende broedvogel in Nederland. Aan het begin van dde twintigste eeuw werden visdieven echter geschoten, zodat hun veren dameshoeden konden versieren. Dit gebruik leidde tot de oprichting van vogelbeschermingsorganisaties. Het afschieten werd door de Vogelwet van 1930 verboden en de soort herstelde weer redelijk tot 45.000 broedparen. Vooral het gebruik van pesticiden in de jaren 50 van de vorige eeuw zorgde opnieuw voor een forse daling, halverwege de jaren zestig waren er nog zo’n 5000 broedparen over. Inmiddels wordt het aantal broedparen op 15.000 tot 20.000 broedparen geschat. De slechte voedselsituatie in de Waddenzee zet de soort opnieuw onder druk. Dit kan ook deels de verplaatsing naar het binnenland verklaren. Wereldwijd heeft de visdief de status niet bedreigd.

Nest: Een ondiep kuiltje in de grond meestal bekleed met schelpen en kiezels. 

Voortplanting: De visdief broedt, meestal in kolonies, van mei tot begin juni. Soms in combinatie met andere vogelsoorten als kokmeeuwen, kluten en andere sterns. Eén (soms twee) legsel(s) per jaar met 2-3 gevlekte eieren, die van licht- tot donkerbruin variëren. Broedduur 20-24 dagen, beide ouders broeden. De jongen zijn nestvlieders, worden door beide ouders verzorgd en zijn na nog eens 23-27 dagen vliegvlug.

Geluid: Luid krijsen.

Voedsel: Visdieven zijn vaak ‘biddend’ te zien boven water en duiken dan naar visjes, kreeftachtigen en grote larven. Zoekt zowel in zout als in zoet water.

Familie: Sterns (sternidae)

Tekst: Inge van der Zee, foto's: Herman Postma, Baukje Kooistra-Witteveen, Wiebe Palstra, Gerke Visser