Zeearend
Zeearend
Frysk: See-earn
Engels: White tailed eagle
Duits: Seeadler
Haliaeetus albicilla
Uiterlijk: Grootste roofvogel van Europa met een opvallende, gele haaksnavel en dito klauwen. Korte, wigvormige, witte staart. Kop en nek kleuren in de loop van jaren naar lichtbruin, lijf en vleugels donkerbruin. Brede vleugels met opvallende ‘vingers’. In zweefvlucht worden de vleugels zo stijf als een plank gehouden, volkomen recht, vandaar de bijnaam ‘vliegende deur’. Man en vrouw identiek, jonge vogels nog zonder witte staart en met lichte vlekken op hun donkerbruine verenpak.
Grootte: 70-92 cm, spanwijdte 200-250 cm, gewicht 3 tot 7,5 kilogram.
Habitat en voorkomen: Zeearenden broeden in grote, stevige bomen bij voorkeur bij grote wateren of wetlands in rustige gebieden. Vroeger kwam de zeearend in heel Europa voor, nu vooral in Scandinavië en Rusland. In Duitsland en Polen groeien de aantallen al jaren. Het aantal broedgevallen in Nederland stijgt, sinds de eerste vestiging in 2006, ook snel. In 2020 waren er twintig succesvolle broedpogingen in Nederland, waarvan zes in Fryslân. Vier van die pogingen bleken succesvol, er vlogen in totaal zeven jongen uit.
Volwassen zeearenden zijn standvogels, jonge vogels zwerven over Noord-Europa tot ze zich na 3-4 jaar ergens vast vestigen. Alleen de heel Noordelijke vogels trekken naar zuidelijker streken. Voedselrijke gebieden kunnen meerdere zeearenden trekken, zeker in de winter zijn verzamelingen van deze roofvogel geen uitzondering.
Nest en voortplanting: Zeearenden bouwen een groot nest (horst) in een stevige boom dat ieder jaar wordt bijgewerkt en opgehoopt. In voedselrijke gebieden kunnen die nesten verrassend dicht bij elkaar liggen. In het Lauwersmeergebied werd in 2020 bijvoorbeeld een nest gebouwd door een nieuw paar op 1200 meter afstand van het bestaande nest van het daar al succesvolle paar. Tussen januari en april worden 2-3 witte eieren gelegd, het broeden begint direct bij het eerste ei en duurt ruim een maand (circa 38 dagen). De jongen blijven tot drie maanden op het nest en worden na het uitvliegen nog zeker een maand gevoerd.
Geluid: Een hoog keffend geluid dat doet denken aan dat van andere roofvogelsoorten.
Voedsel: Zeearenden pakken vis van vlak onder het wateroppervlakte, verder jagen ze op eenden, ganzen en andere watervogels. Af en toe worden ook zoogdieren als hazen gepakt. Verder wordt ook aas gegeten en worden prooien van andere dieren afgepakt.
Familie: Havikachtigen (accipitridae)
Tekst: Inge van der Zee, foto's: Gerke Visser en Wiebe Palstra