Smient
Smient
Frysk: Smjunt
Engels: Wigeon
Duits: Pfeifente
Mareca penelope
Uiterlijk: Kleurrijke middelgrote eend. De relatief grote kop is roestbruin met geelbeige streep van snavel naar kruin. Korte, blauwgrijze snavel met zwarte punt. Rozebruine borst, grijze flanken en bovendelen met donkere streepjes, zwarte staart en onderstaart. Buik en ondervleugels zijn witgrijs. Bovenkant vleugels grijs met wit vlak (duidelijk te zien op flank als vleugels dicht zijn) en daaronder een groene vleugelspiegel met zwarte rand. Vrouwtje verschillende tinten bruin, mist opvallende kleurschakering. Net als bij de Wilde eend lijkt het mannetje tijdens de ruiperiode op het vrouwtje.
Grootte: 45-51 cm, spanwijdte 71-82 cm.
Habitat: Broedt in open landschappen met ondiepe zoetwatermeren en -plassen. Overwintert in -soms zeer grote- groepen op graslanden, ondiep zoetwater en op wadden en slikken langs de kust.
Voorkomen: Broedgebieden zijn de noordelijke streken van Europa en Azië, van IJsland tot aan de Stille Oceaan toe. Overwinteringsgebieden aan de kusten van de Noordzee, de Middellandse, Kaspische en Zwarte Zee, Noord en Oost Afrika, Centraal India en Zuid China. Jaarlijks overwinteren in Nederland zo’n 900.000 smienten, wat ons land het belangrijkste overwinteringsgebied in Europa maakt. Er broeden hier slechts enkele tientallen paartjes. De overwinterende aantallen in Nederland stegen tot aan de jaren negentig van de vorige eeuw, maar zijn sindsdien weer gedaald en lijken zich nu te stabiliseren op het niveau van de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw.
Nest en voortplanting: Smienten zijn grondbroeders die in een ondiep kuiltje 7-9 roomkleurige eieren leggen. Nest wordt bekleed met plantenresten en donsveertjes. Het vrouwtje broedt circa 25 dagen, waarna de kuikens - met donkerbruine bovendelen en geelwitte onderdelen - uit het ei kruipen.
Geluid: Het luide, hoge melodieuze pieuw-pieuw van de man heeft de smient de bijnaam ‘fluiteend’ bezorgd. Vrouwtje roept lager, snorrend ‘krr-krr’.
Voedsel: De smient graast ’s nachts gras en haalt verder allerlei plantaardig materiaal al grondelend (met de kop in het water en de poten in de lucht) uit het water. Vrouwtje vult in broedseizoen dieet aan met eiwitrijke insecten.
Familie: Eendachtigen (anatidea)
Tekst: Inge van der Zee, foto's: Willy Dikkers