Steenloper
Steenloper
Frysk: Stienpikker
Engels: Turnstone
Duits: Steinwälzer
Arenaria interpres
Uiterlijk: Een van de eenvoudiger te herkennen strandlopers door het bontgekleurde verenkleed en gedrongen postuur. ’s Zomers in prachtkleed met oranjebruine bovendelen met zwarte vlekken. Winterkleed mist oranje op de rug, is dan bruingrijs. Kop en borst wit met kenmerkende zwarte tekening. In vlucht zijn de witte rug en stuit, de twee witte vleugelstrepen, witte schoudervlekken en witte staart met zwarte eindband zichtbaar. Korte oranje poten. Stevige, korte donkere snavel.
Grootte: 20-26 cm, spanwijdte 50-57 cm.
Habitat: Komt in Nederland vooral voor langs de kust. Voorkeur voor harde, stenige ondergronden als strekdammen, dijken en kiezelstranden, verder te vinden op kwelders, zandplaten en strand. Broedt altijd in de buurt van water op stenige vlaktes of toendra. Soms op doortrek te vinden bij zoetwaterplassen en op slikachtige terreinen.
Voorkomen: De steenloper broedt langs de kusten van Scandinavië, Rusland, Canada en Alaska. Aan de Nederlandse kust zijn het hele jaar door groepjes trekkende vogels te vinden en nog niet geslachtsrijpe jonge vogels, maar vooral van augustus tot mei. De vogel broedt hier niet. Wintergasten (jaarlijks rond de 5000) komen vooral uit de Noord-Amerikaanse kuststreken, de Scandinavische vogels overwinteren in Spanje en Afrika, Russische ook langs de kusten van Australië en Zuid-Azië
Nest en voortplanting: Steenlopers zijn monogaam en keren ieder jaar met hun vaste partner terug naar dezelfde broedplek. Ze zijn territoriaal, maar kunnen dicht bij elkaar broeden als het leefgebied goed genoeg aan hun wensen voldoet. Het nest is een ondiep kuiltje, bekleed met wat zacht, plantaardig materiaal en bevindt zich soms op open vlaktes, soms meer verborgen onder vegetatie. Eén legsel van meestal vier olijfgroene eieren dat door beide ouders wordt bebroed. Jongen zijn nestvlieders en al na drie weken vliegvlug. Al voor het uitvliegen verlaat het vrouwtje de jongen om elders te gaan ruien. Het mannetje verzorgt de kuikens verder in zijn eentje. Vrouwtjes na twee jaar geslachtsrijp, mannetjes pas na vier jaar.
Geluid: Verschillende variaties op tuu, tuu-tuu, tuutuutuutuu.
Voedsel: Met de korte, stevige snavel keert de steenloper steentjes en ander materiaal om, op zoek naar voedsel. Is een zichtjager die allerlei dierlijk voedsel zoekt, zoals schelpdieren, insecten, kreeftachtigen, zeesterren, visjes en aas. Eet ook afval als patat en brood. In de broedtijd vooral insecten (muggen(larven), rupsen, kevers) en spinnen.
Familie: strandlopers en snippen (Scolopacidae)
Tekst: Inge van der Zee, foto's: Henk Bootsma en Wiebe Palstra