Baardman

Baardman

Frysk: Burdmantsje
Engels: Bearded reddling
Duits: Bartmeise
Panurus biarmicus

Uiterlijk: Rietvogel die duidelijk te onderscheiden is van rietzangers en karekieten door met name de koptekening van het mannetje. De grijze kop heeft twee zwarte snorstrepen die lopen van zijn oog, over het wang tot in de hals. Verder is de baardman, vroeger ook baardmees genoemd, vrij egaal kaneelbruin, met alleen op de vleugels en langs de vrij lange staart witte en zwarte strepen. Het vrouwtje mist de karakteristieke snorstrepen en heeft een kaneelbruine kop. 

Grootte: Ongeveer 14-15 cm.

Habitat: De baardman is een echte rietvogel met een duidelijke voorkeur voor jong riet langs meren en rivieren. Zoekt de buitenranden van moerasgebieden op. Tijdens het broeden vooral te vinden in grote rietvelden, buiten de broedperiode ook in kleinere.

Voorkomen: Voor 1950 was de soort zeldzaam in Nederland. Tijdens het ontstaan van de Flevopolders, die met riet werden ingezaaid, namen de aantallen toe tot 7000 broedparen in 1975. Toen de rietvelden werden omgezet naar boerenland, daalden de aantallen weer naar een kleine 1000 in de jaren negentig. Sinds 2010 neemt de populatie weer toe, op dit moment wordt de Nederlandse populatie geschat op 2000 broedparen. In Nederland vooral te vinden in de Oostvaardersplassen, in Fryslân ook broedpopulaties in het Lauwersmeergebied en in de Bouwepet (Feanwâlden). Buiten de broedtijd komen overwinteraars de Nederlandse populatie aanvullen tot circa 6000 individuen. Tijdens strenge winters kelderen de aantallen baardmannen. Het grootste deel van de Europese populatie broedt in Roemenië.

Nest en voortplanting: De baardman is monogaam en man en vrouw bouwen samen een hangend nest tussen dichte vegetatie vlak boven de grond. Het vrouwtje legt vanaf eind maart-begin april 5 tot 7 (soms tot 12!) witte, gespikkelde eitjes. Na 12/13 dagen komen de eitjes uit, het vrouwtje blijft dan nog enkele dagen op het nest en voert de jongen met het door het mannetje aangedragen voedsel, daarna voeren beide ouders nog een dag of 10 tot de jongen uitvliegen. Twee of meer legsels is niet ongewoon, waardoor de baardman tot wel 20 jongen kan grootbrengen in één broedseizoen.

Geluid: Een helder, bellende, vérdragende roep. Zang is eenvoudig, de roep komt erin terug.

Voedsel: In de broedperiode leeft de baardman van insecten, tijdens de winter van (riet)zaden. Het spijsverteringsorgaan moet zich hiervoor drastisch aanpassen. De maagwand wordt dikker en gespierder en de baardman slikt kleien steentjes door om de zaden te kunnen vermalen.

Familie: enige lid van de familie panuridae

Tekst: Inge van der Zee, foto's:  Jappie Seinstra, Herman Postma