Gele kwikstaart
Gele Kwikstaart
Frysk: Giel boumantsje
Engels: Blue headed wagtail
Duits: Schafstelze
Motacilla flava
Uiterlijk: De gele kwikstaart is net als andere kwikstaartsoorten een slanke vogel met lange staart en poten en een spitse snavel. Wipt al lopend constant met de staart op en neer. Man in zomerkleed heeft felgele onderdelen, een grijze kop met witte wenkbrauwstreep, olijfgroene bovendelen en bruine staart en vleugels met witte randen. Vrouwtje, juveniel en man in winterkleed zijn valer gekleurd tot er soms alleen een gelige stuit zichtbaar is. In het verleden werden verscheidende ondersoorten beschreven, die nu als aparte soort gezien worden en ook ons land aandoen. Mannetjes in zomerkleed zijn uit elkaar te houden via de koptekening. De Engelse kwikstaart heeft geen grijze, maar een olijfgroene kop met gele wenkbrauwstreep en de kop van de Noordse kwikstaart is donkergrijs met een bijna zwarte oorstreek, zonder wenkbrauwstreep.
Grootte: 16 cm
Habitat: De gele kwikstaart is tegenwoordig een echte akkervogel, maar komt ook meer terug naar het oorspronkelijke Nederlandse habitat; kruidenrijke graslanden, met daarbij een voorkeur voor beweide percelen.
Voorkomen: Een algemene broedvogel in met name Noord en Zuidwest Nederland. Na een dip in 2004 zit de soort hier weer in de lift met nu 50.000 tot 75.000 broedparen. Verspreidingsgebied van de gele kwikstaart als broedvogel beslaat heel Eurazië, met uitzondering van Schotland, Ierland en de kuststrook van Noorwegen, richting Middellandse Zee minder vaak voorkomend. Overwintert in de hele zuidelijke helft van Afrika onder de Sahara en in India. Groepen doortrekkers passeren Nederland in mei en van half augustus tot begin oktober. Noordse kwikstaarten zijn te vinden tussen groepen doortrekkers, Engelse kwikstaaarten broeden ook in de Hollandse bollenstreek.
Nest: De gele kwikstaart is een grondbroeder, maakt een kuiltje in de grond, vaak onder het blad van een zuring of tegen een klomp klei.
Voortplanting: Mannen gele kwikstaart vertonen tijdens de balts druk gedrag, waarbij ze of om het vrouwtje heen hippen op de grond, of boven haar hoofd fladderen. Broedt van eind april tot in juli, met meestal twee legsels van 4 tot 6 eieren. Er wordt zo’n twee weken gebroed. De kuikens blijven nog 10 tot 13 dagen in het nest en worden door beide ouders gevoed. Onderzoek in 2017 liet zien dat de kuikens last kunnen hebben van loopkevers die aan hun pootjes en vleugels knagen, met verminkingen tot gevolg. Enkele dagen nadat ze het nest verlaten, vliegen de jongen uit.
Geluid: Een simpel tsjie, in zang vlot achter elkaar herhaald.
Voedsel: De kwikstaart rent op de grond achter insecten en spinnen aan, vaak bij grazend vee.
Familie: Piepers en kwikstaarten (Motacillidae)
Tekst: Inge van der Zee, foto's: Jappie Seinstra, Doeke Korporaal, Wiebe Palstra, Herman Postma