Knobbelzwaan
Knobbelzwaan
Frysk: Knobbelswan
Engels: Mute swan
Duits: Höckerschwan
Cygnus olor
Uiterlijk: Grootste vogel van Nederland. Onmiskenbaar door volledig wit verenkleed en lange hals. Hals en kop kunnen een geelbruine tint krijgen bij exemplaren die veel in ijzerhoudend water grondelen. Snavel helderoranje, brede snavelbasis is zwart. Zwarte knobbel aan snavelbasis groeit ieder jaar en is bij mannetjes groter dan bij vrouwtjes. Zwarte poten met zwemvliezen. Donsjongen grijzig. Verenkleed van de jongen is ongelijkmatig bruin dat in drie jaar tijd steeds witter wordt. Poten en snavel van juveniel donkergrijs, snavel kleurt via vaal oranjeroze naar het helderoranje van de adulten. Er komen in Nederland ook knobbelzwanen voor met rozige poten die witte donsjongen krijgen. Deze exemplaren stammen af van in Polen voor hun dons gekweekte zwanen. De beide varianten zijn inmiddels zo vermengd dat er in één nest witte en grijze donsjongen kunnen zitten.
Grootte: 140-160 cm, spanwijdte 250 cm, gewicht 10-12 kilogram.
Habitat: Overal aanwezig waar zoet water ruim voor handen is. Knobbelzwanen broeden langs sloten en meertjes in open grasland, maar ook in parken en bebouwde omgeving met voldoende watergangen. Niet-broedende individuen foerageren in groepen op weilanden. Tijdens de ruitijd op open water.
Voorkomen: Standvogel in West-Europa, het Verenigd Koninkrijk, Zuid-Scandinavië, in delen van Oost-Europa tot in Azië toe. Vanuit Scandinavië en delen van Eurazië trekken broedvogels naar zuidelijkere streken en kustgebieden. Ze zijn daardoor in de winter ook te vinden in Zuidelijk Frankrijk, langs de noordwestkust van het Iberisch schiereiland, en van Griekenland en Turkije tot in het Midden-Oosten.
Nest: Het nest is een groot bouwsel van plantenmateriaal op de grond langs de waterkant met in het midden daarvan een nestkuil.
Voortplanting: Broedt tussen maart en mei. Balts vindt plaats op het water. Man en vrouw bewegen zich dan simultaan. Eén broedsel per jaar met 5 tot 8 eieren die zo’n 11 cm groot zijn. Vrouw broedt 36-38 dagen. Man verdedigt nest fel met opgezette vleugels en sissende, blazende geluiden. Knobbelzwanen staan te boek als monogaam, recent ringonderzoek laat echter zien dat ieder jaar 10 tot 20% van de vogels wisselt van partner. De trouw aan het territorium lijkt groter te zijn dan die aan de partner. Jongen verlaten al snel het nest en zijn na 4-5 maanden vliegvlug. Gezinnen blijven niet zelden bij elkaar tot het volgende broedseizoen.
Geluid: Zwijgzaam, communiceren onderling met blazende en knorrende geluidjes.
Voedsel: Eet voornamelijk waterplanten die door te grondelen tot wel een meter diep opgevist kunnen worden. Eet ook gras en waterdiertjes.
Familie: Eendachtigen (Anatidae)
Tekst: Inge van der Zee, foto's: Herman Postma