Goudhaan
Goudhaan
Frysk: Goudtûfke
Engels: Goldcrest
Duits: Wintergoldhänchen
Regulus regulus
Uiterlijk: De kleinste van alle Europese vogels, vooral in broedtijd vaak over het hoofd gezien. Rug en stuit zijn olijfgroen, onderdelen wat lichter. Heeft naam te danken aan de zwart omlijstte hanenkam die bij de vrouwtjes geel is en bij de mannetjes meer oranje. Gele kleur ontbreekt nog bij jonge vogels. Hanenkam wordt bij onraad en tijdens balts opgezet. Vleugels met donkere en witte strepen. Staart donkerder groen tot zwart. Klein snaveltje en opvallende donkere ogen met een licht ‘bril’. Kan verward worden met vuurgoudhaan, maar die heeft meer tekening op de kop met witte wenkbrauwstrepen, donkere streek rond oog en daaronder een witte vlek.
Grootte: 8-9 cm, 5-6 gram
Habitat: Broedt vooral in naaldbossen, met name spar, ook in gemengd bos. ’s Winters in allerlei biotoop aan te treffen.
Voorkomen: Komt als broedvogel algemeen voor van Engeland tot ver in Rusland en van de Alpen tot in midden-Scandinavië. Ook in Japan en delen van China. Nederlandse vogels, deels trek-, deels standvogel, krijgen in de winter gezelschap van noordelijkere broedvogels, die ook wel doortrekken naar het Zuiden tot in Spanje, Italië en Griekenland. Standvogels kruipen in winter in groepen bij elkaar om warm te blijven. Soort gaat gestaag in aantallen achteruit, maar met zo’n 30 miljoen broedparen in Europa (nog) niet bedreigd. In Nederland ongeveer 50.000 broedparen.
Nest: Bouwt in de toppen van naaldbomen een bolvormig nestje van schors en korstmos, bekleed met haren en veertjes. Randen van de opening worden enigszins dicht gevouwen ter isolatie.
Voortplanting: Tijdens het seizoen monogaam. Twee legsels per seizoen. Vrouw broedt circa twee weken op 6-13 witte, gewolkte eitjes. Man voert vrouw. Ouders voeren beide de jongen ongeveer drie weken op het nest, ook na uitvliegen nog een week of twee. Goudhaantjes kunnen tot zo’n zeven jaar oud worden, maar sterfte in eerste jaar is zo hoog dat de gemiddelde leeftijd acht maanden is.
Geluid: Een goudhaan hoor je meestal eerder dan dat je hem ziet. Zeer hoge tonen (door oudere personen soms niet meer te horen). Roep ijl en hoog ‘tzii-tzii-tzii’, zang herhalende series van vier tot zes tonen, van hoog tot zeer hoog.
Voedsel: Goudhaantjes eten kleine insecten en spinachtigen die ze behendig vangen in boomkruinen. Kan ook biddend voor spinnenwebben hangen om daaruit insecten te pikken.
Familie: Haantjes (Regulidae)
Tekst: Inge van der Zee, foto's: Jappie Seinstra, Wiebe Palstra